ECLI:NL:RBAMS:2007:BB5561
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens illegale arbeid van vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiser werd beschuldigd van het laten verrichten van arbeid door twee vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning en het niet naleven van de identificatieplicht zoals voorgeschreven in artikel 15 van Pro de Wav.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de werkzaamheden en slechts als bemiddelaar had gefungeerd, en dat hij tijdens de inspectie met vakantie was. De rechtbank oordeelde echter dat eiser op goede gronden als werkgever in de zin van de Wav moest worden aangemerkt, mede gelet op verklaringen van betrokken partijen en het feit dat eiser beschikte over kopieën van identiteitsbewijzen.
Verder stelde eiser dat hij onder druk onjuiste verklaringen had afgelegd en dat hij geïntimideerd was door de Arbeidsinspectie, maar deze stellingen werden niet aannemelijk bevonden. De rechtbank vond dat de opgelegde boete niet gematigd hoefde te worden omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard.