ECLI:NL:RBAMS:2007:BB5630
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen bank voor faciliteren illegale beleggingspools en schade door strafrechtelijk onderzoek
Leidse Hout Vermogensbeheer (LHV) en een medeeiser stelden ING Bank aansprakelijk voor het faciliteren van illegale beleggingspools door het beschikbaar stellen van bankrekeningen en het vermeend misleiden van De Nederlandsche Bank (DNB). LHV vorderde schadevergoeding wegens het strafrechtelijk onderzoek dat tegen hen was ingesteld.
De rechtbank stelde vast dat er geen bewijs was voor een afspraak tussen LHV en ING dat ING tegenover DNB zou verklaren dat LHV geen betrokkenheid had bij de beleggingspools. Ook bleek uit het interne verslag van ING dat DNB niet de indruk had dat LHV betrokken was. Het enkele feit dat LHV onderwerp was van een strafrechtelijk onderzoek was onvoldoende om ING onrechtmatig te achten.
Verder oordeelde de rechtbank dat ING geen wettelijke verplichting had om de illegale beleggingspools te beëindigen, aangezien deze verplichting primair bij LHV als vermogensbeheerder lag. Ook een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm die ING tot spoedige beëindiging zou verplichten, werd verworpen.
De vorderingen van LHV werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank besloot het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Leidse Hout Vermogensbeheer tegen ING Bank af wegens ontbreken van onrechtmatig handelen.