ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6851
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Wieland
- M.J.M. Langeveld
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke dierenmishandeling met dodelijke afloop
Op 13 juli 2007 heeft verdachte in Amsterdam zonder redelijk doel opzettelijk pijn en letsel toegebracht aan een hond door met een mes en/of schaar de keel van het dier door te snijden, waarna de hond is overleden. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde het als dierenmishandeling volgens artikel 36 van Pro de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.
De verdediging voerde aan dat artikel 36 niet Pro van toepassing was omdat verdachte de hond zou hebben geslacht in het kader van het doden van dieren, wat onder artikel 44 valt Pro. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat het doden niet gericht was op bereiding of consumptie, waardoor artikel 36 als Pro vangnetartikel van toepassing bleef.
Een psychiatrisch onderzoek concludeerde dat verdachte ten tijde van het delict enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was door een psychotische toestand veroorzaakt door gecombineerd gebruik van marihuana en hallucinogene paddestoelen. Desondanks werd verdachte strafbaar geacht omdat hij zelf aan het ontstaan van deze toestand had bijgedragen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 109 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en bepaalde dat het mes en de schaar onttrokken worden aan het verkeer. De bestelbus werd aan verdachte teruggegeven. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de maatschappelijke onveiligheidsgevoelens die dergelijke dierenmishandeling oproept.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 109 dagen gevangenisstraf wegens opzettelijke dierenmishandeling met dodelijke afloop.