ECLI:NL:RBAMS:2007:BB7160
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsgeldig pandrecht op toekomstige vorderingen en afwijzing overwaardearrangement
In deze civiele procedure vordert Rabobank Amsterdam een verklaring voor recht dat zij een rechtsgeldig pandrecht heeft op vorderingen van V.B. Fototechniek, waaronder toekomstige vorderingen die ten tijde van de pandakte van 28 september 1998 nog niet bestonden. Tevens vordert zij subsidiair betaling van een bedrag van €47.500,- dat zij meent toe te komen op grond van een overwaardearrangement.
De rechtbank stelt vast dat de pandakte en de ongedateerde overeenkomst geen rechtsgeldig pandrecht tot stand brachten op toekomstige vorderingen, mede omdat de ongedateerde akte niet geregistreerd is en de notariële akte van 25 maart 2003 niet door De Lage Landen als gevolmachtigde van Rabobank Amsterdam is ondertekend. Rabobank Amsterdam heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij gebruik heeft gemaakt van de verleende volmacht om pandlijsten te ondertekenen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de betaling van De Lage Landen aan Rabobank Amsterdam niet kwalificeert als een betaling in het kader van een overwaardearrangement, omdat de betaling niet rechtstreeks uit eigen middelen van De Lage Landen aan Rabobank Amsterdam is gedaan, maar een uitkering van overschot op een rekening van V.B. Fototechniek betreft.
De rechtbank wijst daarom zowel de primaire als subsidiaire vorderingen van Rabobank Amsterdam af en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Rabobank Amsterdam af wegens ontbreken van een rechtsgeldig pandrecht op toekomstige vorderingen en geen betaling in het kader van een overwaardearrangement.