ECLI:NL:RBAMS:2007:BB7621
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op AOW-pensioen voor gehuwde vrouw op grond van Nederlands-Marokkaans Verdrag vóór 2004
Eiseres, een gehuwde vrouw woonachtig in Marokko, vorderde toekenning van AOW-pensioen vanaf haar 65e verjaardag in 1988. De rechtbank oordeelde dat zij op grond van het Nederlandse nationale recht en het Nederlands-Marokkaans Verdrag (NMV) vóór 1 november 2004 geen zelfstandig recht op een AOW-pensioen had. Dit komt doordat artikel 21 van Pro het NMV destijds alleen aanspraken kende voor gehuwde mannen.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, die bevestigden dat het NMV als internationale regeling voorgaat op de Nederlandse AOW en dat wijzigingen in het NMV per 1 november 2004 pas een zelfstandig recht voor gehuwde vrouwen introduceerden. Verweerder hanteerde een beleid waarbij het hoogste totaalbedrag van pensioen op grond van het nationale recht en het NMV werd uitgekeerd, maar dit maakte het niet mogelijk om eiseres vóór genoemde datum een eigen pensioen toe te kennen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet verzekerd was ingevolge de AOW en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het griffierecht werd niet vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op toekenning van AOW-pensioen vóór 1 november 2004 wordt ongegrond verklaard.