ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8178
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging geldleningsovereenkomst op grond van faillissementspauliana afgewezen wegens onvoldoende bewijs wetenschap benadeling
De curator in het faillissement van Amsterdam Ship Repair B.V. (ASR) vordert vernietiging van een geldleningsovereenkomst met Coz B.V. uit 2004 op grond van faillissementspauliana. De curator stelt dat de overeenkomst en de daaropvolgende betalingen de gezamenlijke schuldeisers benadelen en dat Coz wetenschap had van deze benadeling.
De rechtbank oordeelt dat de curator onvoldoende feiten heeft gesteld om het wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling op grond van artikel 43 Faillissementswet Pro te doen gelden. Coz was op het moment van het sluiten van de overeenkomst nog geen aandeelhouder van ASR, waardoor het vermoeden niet opgaat. De primaire vordering tot vernietiging wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de subsidiaire vordering over de vernietiging van betalingen die als onverplicht worden beschouwd, oordeelt de rechtbank dat een deel van de betalingen verplicht was op grond van de overeenkomst. Daarnaast kan Coz aanspraak maken op schadevergoeding wegens tussentijdse beëindiging van de overeenkomst. De omvang van deze schadevergoeding dient nader te worden vastgesteld. De rechtbank wijst ook op het wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling voor betalingen binnen een bepaalde periode na aandeelhouderswissel, waarbij Coz tegenbewijs kan leveren.
De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en berekening van de schadevergoeding en de curator krijgt gelegenheid hierop te reageren.
Uitkomst: De primaire vordering tot vernietiging van de geldleningsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wetenschap van benadeling.