ECLI:NL:RBAMS:2007:BB9689
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Hees
- A.W.H. Vink
- L. Voetelink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op verschoningsrecht medewerker AFM in voorlopig getuigenverhoor
In deze civiele procedure staat het beroep op het verschoningsrecht van een medewerker van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) centraal, die zich beroept op artikel 1:89 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft) tijdens een voorlopig getuigenverhoor. Partrust Beheer B.V. en aanverwante vennootschappen vorderen opheldering over informatieverstrekking door de AFM aan derden zoals Fortis en ING, en de mogelijke invloed van de AFM op bancaire beslissingen.
De AFM en de betrokken medewerker stellen dat vertrouwelijke informatie die zij in het kader van hun toezichthoudende taak hebben verkregen of verstrekt, beschermd is door het verschoningsrecht. De rechtbank bevestigt dat dit recht geldt voor alle niet-openbare informatie die onder de Wft is verkregen, inclusief de identiteit van informatieverschaffers, om een effectieve informatieverstrekking aan de toezichthouder te waarborgen.
De rechtbank weegt per vraag af of het beantwoorden ervan tot openbaarmaking van vertrouwelijke informatie zou leiden. Zij oordeelt dat het verschoningsrecht gegrond is voor een deel van de vragen, maar ongegrond voor andere, zodat het voorlopig getuigenverhoor wordt voortgezet. Partijen krijgen gelegenheid hun beschikbaarheid door te geven voor een vervolgverhoor in het eerste kwartaal van 2008.
Uitkomst: Het beroep op het verschoningsrecht van de AFM-medewerker is ten dele gegrond verklaard, waardoor het voorlopig getuigenverhoor wordt voortgezet.