ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0119
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A.J. van der Linde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nietigheid effectenlease en veroordeling tot betaling restantbedrag
Eiser sloot op 18 december 2000 een effectenlease-overeenkomst met Bank Labouchere N.V., later overgenomen door Dexia Bank Nederland N.V. De overeenkomst betrof een huurkoopconstructie waarbij eiser aandelen least en maandelijkse termijnen betaalt. Eiser vorderde nietigverklaring van de lease-overeenkomst wegens het ontbreken van een vergunning onder de Wet op het Consumentenkrediet (WCK), vernietiging wegens dwaling, ontbinding wegens wanprestatie en onrechtmatig handelen, en restitutie van betaalde termijnen.
Dexia betwistte de toepasselijkheid van de WCK, de dwaling, tekortkoming en aansprakelijkheid. Daarnaast vorderde Dexia betaling van het restantbedrag van de lease-overeenkomst met contractuele rente. De rechtbank oordeelde dat de lease-overeenkomst als huurkoop moet worden aangemerkt en dat de kantonrechter bevoegd is. Hoewel Dexia geen vergunning had, leidde dit niet tot nietigheid van de overeenkomst. De rechtbank stelde vast dat Dexia haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor de risico's, waardoor zij aansprakelijk is voor het nadeel.
De rechtbank paste de maatstaven van redelijkheid en billijkheid toe en bepaalde dat 65% van het nadeel voor rekening van Dexia komt en 35% voor eiser. Na verrekening van betaalde termijnen en het nadeel resteert een betalingsverplichting van € 1.501,06 voor eiser. De vordering tot ontbinding en schadevergoeding werd afgewezen, evenals het verzoek tot verwijdering van de BKR-registratie. De reconventionele vordering van Dexia werd toegewezen, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van € 1.501,06 aan Dexia en de vorderingen tot nietigverklaring en schadevergoeding worden afgewezen.