ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0623
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Tonkens - Gerkema
- N.C.H. Blankevoort
- A.P. Schoonbrood - Wessels
- Rechtspraak.nl
Aandeelhoudersvordering afgewezen wegens niet-schending beursgangafspraken en onvoldoende bewijs tekortkoming
De Cignal-aandeelhouders vorderden schadevergoeding van Priority, UPC en Euronext wegens vermeende schending van afspraken rond de beursgang van Priority en de verhandelbaarheid van hun aandelen. Zij stelden dat de beursgang niet voldeed aan de overeengekomen IPO-definitie, dat er sprake was van een illiquide fonds, misleidende informatie en schending van lock-up verplichtingen.
De rechtbank analyseerde uitgebreid de definitie van IPO in de Shareholders Agreement, waarbij werd vastgesteld dat een formele notering op de beurs, ook van bestaande aandelen zonder uitgifte van nieuwe aandelen, volstaat mits er sprake is van een "active public trading market" op de datum van notering. De rechtbank oordeelde dat UPC en Priority niet toerekenbaar tekort zijn geschoten in hun inspanningsverplichting om een actieve markt tot stand te brengen, mede gelet op het ongunstige beursklimaat en de overeengekomen machtsverhoudingen.
De vorderingen tegen Euronext werden eveneens afgewezen omdat de toezichthoudende regels niet strekken tot bescherming van bestaande aandeelhouders zoals de Cignal-aandeelhouders. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen door UPC, Priority of Euronext. De kosten van de procedure werden aan de zijde van de eisers opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de eisers in de proceskosten.