ECLI:NL:RBAMS:2007:BC1803
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevorderingen wegens onbevoegde betalingsopdrachten en zorgplicht bank
In deze civiele procedure vorderden A en A B.V. schadevergoeding van respectievelijk ABN AMRO en ING vanwege onrechtmatige betalingen op hun rekeningen. De banken werden aangesproken wegens het uitvoeren van betalingsopdrachten die volgens de cliënten onbevoegd waren gegeven, waarbij sprake zou zijn van misbruik en vervalste handtekeningen.
De rechtbank overwoog dat op banken een zorgplicht rust om geen betalingen te verrichten op onbevoegde opdrachten, zoals neergelegd in artikel 2 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden (ABV). Echter, volgens artikel 14 ABV Pro zijn de gevolgen van verlies, diefstal of misbruik van overschrijvingsformulieren voor rekening van de klant tot het moment van melding aan de bank. De cliënten hadden de banken pas na geruime tijd geïnformeerd over het misbruik, waardoor de gevolgen voor hun rekening kwamen.
De rechtbank stelde vast dat de banken geen schuld had aan het misbruik, omdat de handtekeningencontrolesystemen geen afwijkingen hadden geconstateerd en de cliënten onvoldoende hadden onderbouwd dat de banken tekort waren geschoten. Tevens waren de cliënten op grond van artikel 12 ABV Pro verplicht om onjuistheden in rekeningafschriften spoedig te melden, wat zij niet tijdig hadden gedaan.
De vorderingen van A en A B.V. werden daarom afgewezen. Ook de vorderingen in vrijwaring tegen B en C werden afgewezen. De rechtbank veroordeelde de in het ongelijk gestelde partijen tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevorderingen af en veroordeelt de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten.