ECLI:NL:RBAMS:2007:BC1804
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tegen banken wegens zorgplicht bij onbevoegde betalingsopdrachten
Cliënten van ABN AMRO en ING stelden de banken aansprakelijk voor schade door onbevoegd gegeven betalingsopdrachten. De rechtbank overwoog dat op banken een zorgplicht rust om geen betalingen te verrichten zonder geldige opdracht, zoals neergelegd in artikel 2 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden (ABV).
De banken beriepen zich subsidiar op artikel 14 ABV Pro, dat bepaalt dat bij verlies, diefstal of misbruik van overschrijvingsformulieren de gevolgen tot het moment van melding voor rekening van de cliënt komen. Omdat de betalingsopdrachten dateren van voor de melding van misbruik, komen de gevolgen in beginsel voor rekening van de cliënten.
De rechtbank stelde vast dat de cliënten niet tijdig melding hebben gemaakt van het misbruik en onvoldoende bewijs leverden dat de banken schuld trof. Ook was het controlesysteem van de banken adequaat en werden geen afwijkingen geconstateerd. De vorderingen werden daarom afgewezen, en de cliënten werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tegen ABN AMRO en ING af wegens niet tijdig melden van misbruik en onvoldoende bewijs van schuld van de banken.