ECLI:NL:RBAMS:2007:BC2662
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Thomas
- G.H. Marcus
- M.M. Korsten - Krijnen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak producers op uitkering op grond van de Wet op de Naburige Rechten
In deze civiele procedure vorderen eisers uitkeringen op grond van de Wet op de Naburige Rechten (WNR) en stellen zij dat zij als fonogrammenproducenten en uitvoerend kunstenaars moeten worden erkend. De rechtbank onderzoekt of eisers sub 7 tot en met 10 als producenten van fonogrammen kunnen worden aangemerkt, wat uiteindelijk negatief wordt beantwoord. De rechtbank benadrukt dat de producent degene is die de organisatie en het investeringsrisico van de opname draagt.
Daarnaast is de vraag aan de orde of deze eisers als uitvoerend kunstenaars kunnen worden beschouwd. Hoewel producers betrokken zijn bij arrangementen, keuze van musici en technische aspecten van opnamen, worden zij niet expliciet genoemd als uitvoerend kunstenaar in wetgeving of verdragen. De rechtbank acht dit een aanwijzing dat producers niet als uitvoerend kunstenaar kwalificeren, maar legt deze vraag voor aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) voor een uniforme uitleg binnen de EU.
De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af voor zover deze samenhangen met de kwalificatie als fonogrammenproducent. Voor de vraag of zij als uitvoerend kunstenaar kunnen worden aangemerkt, wordt de procedure aangehouden totdat het HvJ EG hierover uitspraak doet. Tevens worden diverse procesrechtelijke aspecten behandeld, zoals gezag van gewijsde, verjaring en belang bij de vorderingen.
Uitkomst: Vorderingen van eisers worden afgewezen voor de producentenstatus; prejudiciële vragen aan HvJ EG over uitvoerend kunstenaars worden gesteld en verdere beoordeling aangehouden.