ECLI:NL:RBAMS:2007:BD0886

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WM 07-4163
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.L. Tan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Sanctie WAHV kan worden opgelegd aan vennootschap onder firma

Aan een vennootschap onder firma (vof) is een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid op een autosnelweg. De gemachtigde van de vof stelde dat een sanctie niet aan een vof kan worden opgelegd, verwijzend naar jurisprudentie en literatuur. De kantonrechter verwierp dit verweer en stelde vast dat uit het arrest van de Hoge Raad niet volgt dat een sanctie niet aan een vof kan worden opgelegd.

De kantonrechter benadrukte dat het ontbreken van de aanduiding 'vof' op de beschikking niet betekent dat de sanctie aan een handelsnaam is opgelegd in plaats van aan de vof zelf. Dit is in lijn met het feit dat voertuigen in het kentekenregister op naam van een vof kunnen worden gesteld. Verder is op basis van een verklaring van een opsporingsambtenaar voldoende vastgesteld dat de overtreding door de vof is begaan.

Het beroep tegen de sanctie werd daarom ongegrond verklaard. De gemachtigde was niet verschenen bij de zitting, maar verweerder heeft inhoudelijk gereageerd. De kantonrechter wees het beroep af en bevestigde dat de vof als kentekenhouder aansprakelijk is voor de opgelegde sanctie.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve sanctie aan de vennootschap onder firma is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM
Kantonrechter : mr. M.L. Tan
Kenmerk : WM 07-4163
Datum : 20 november 2007
496
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 20 november 2007 inzake het beroep ingevolge de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) van:
V.O.F. GTS ENGINEERING
de gemachtigde:
Meerts Belastingadvies en Rechtsbijstand BV
[adres]
welk beroep is ingesteld door de gemachtigde bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank (sector kanton) op 2 juli 2007 en is gericht tegen de beslissing van 2 juli 2007 van de Officier van Justitie (verder: verweerder) ten aanzien van:
V.O.F. GTS ENGINEERING
[adres]
verder: betrokkene
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beslissing van 12 maart 2007 (de initiële beschikking), een sanctie in het kader van bovengenoemde wet (verder: de wet) opgelegd. Betrokkenes gemachtigde heeft tegen die initiële beslissing beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep afgewezen. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde van betrokkene vervolgens beroep doen instellen bij de kantonrechter, dat thans aan de orde is.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd.
Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 20 november 2007 voor welke zitting partijen zijn opgeroepen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Betrokkenes gemachtigde is, zoals deze bij een op 30 oktober 2007 gedateerde brief heeft medegedeeld, niet ter zitting verschenen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de initiële beslissing wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de wet. Aan betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig (bedrijfsauto), gekentekend: [kenteken], waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, op 3 februari 2007 te Ouderkerk aan de Amstel op de Rijksweg A9 (ter hoogte van hectometerpaal 23.85) de maximum snelheid op autosnelwegen met 28 kilometer per uur is overschreden (verkeersbord A1).
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Betrokkenes gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat het beroep ten onrechte ongegrond is verklaard aangezien een sanctie niet aan een vennootschap onder firma kan worden opgelegd, hetgeen in de onderhavige zaak wel is geschied. Betrokkene verzoekt om vergoeding in verband met de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand conform de bepalingen van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
4. Het volgende wordt overwogen.
5. In het boek “De Wet Mulder, artikelsgewijs commentaar op de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften” van Rogier en Van der Hulst (4e druk) staat bij het artikel 5, waarin een definitie van de kentekenhouder wordt gegeven, vermeld dat ingevolge een niet gepubliceerd arrest van de Hoge Raad uit 1994 (nummer 340-93-V) een sanctie niet aan een handelsnaam (vennootschap onder firma) kan worden opgelegd. Dit leest de kantonrechter echter niet in dit arrest, waarin het volgende is overwogen: “.. is de administratieve sanctie opgelegd aan de vennootschap onder firma (vof) genaamd [naam]. Bij genoemde stukken bevindt zich niet (een afschrift van) de aan de betrokkene gezonden beschikking waarbij deze sanctie is opgelegd, maar ook al zou daarop de aanduiding “vof” hebben ontbroken, dan brengt dit – anders dan de betrokkene [die overigens, zoals blijkt uit haar beroepschrift, zelf deze aanduiding op haar briefhoofd weglaat] kennelijk meent – niet mee dat de sanctie aan “een handelsnaam” is opgelegd.” De kantonrechter leest in deze overweging dat uit het (eventueel) ontbreken van de aanduiding “vennootschap onder firma (of vof)” op de beschikking niet kan worden geconcludeerd dat de sanctie aan een handelsnaam is opgelegd (in plaats van aan een vof). Dit betekent dat juist WEL een sanctie kan worden opgelegd aan een vof. Deze uitleg is bovendien geheel in lijn met het gegeven dat in het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer auto’s op naam van een vof kunnen worden gesteld als bedoeld in artikel 5 van Pro de WAHV. Het standpunt dat een sanctie niet aan een vof kan worden opgelegd, is daarom ongegrond.
6. Nu op grond van de – op ambtsbelofte opgemaakte – verklaring van een opsporingsambtenaar, die is opgenomen in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht van het CJIB, in voldoende mate is komen vast te staan dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht, kan niet worden gesteld dat ten onrechte aan betrokkene – in de hoedanigheid van kentekenhouder van het betreffende motorvoertuig – een sanctie is opgelegd.
7. Mitsdien wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond.
Datum verzending: De griffier