ECLI:NL:RBAMS:2007:BF0168
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering ter executie van onherroepelijk Duits vonnis ondanks onschuldverweer
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 juli 2007 een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis van het Amtsgericht Cloppenburg uit 2001, met een gevangenisstraf van drie jaar voor onder meer illegale handel in verdovende middelen en valsheid in geschrift.
De opgeëiste persoon voerde onschuldverweer en betwistte dat hij de veroordeelde was, mede vanwege het ontbreken van vingerafdrukvergelijking tussen Nederland en Duitsland. De rechtbank oordeelde dat het onschuldverweer onvoldoende was onderbouwd en dat het identificatieonderzoek in Duitsland kan plaatsvinden na overlevering. Tevens werd overwogen dat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten voldoende had kunnen uitoefenen tijdens de Duitse procedure.
Hoewel een deel van de feiten in Nederland was gepleegd, achtte de rechtbank het in het belang van een goede rechtsbedeling om af te zien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro en de overlevering toe te staan. De overlevering voor de vlucht uit de politiecel werd uitgesloten omdat dit in Nederland geen strafbaar feit is. Tegen de uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor de tenuitvoerlegging van het onherroepelijke vonnis.