ECLI:NL:RBAMS:2007:BF7636
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij poging tot doodslag en mishandeling
Op 13 november 2005 ontstond in een bar in Amsterdam een woordenwisseling tussen verdachte en de latere slachtoffers. Verdachte verliet de bar, maar werd later in een parkeergarage geconfronteerd door de slachtoffers die haar aanvielen met onder meer een baksteen. Verdachte had een mes bij zich en gebruikte dit in een poging zich te verdedigen.
De rechtbank acht het bewezen dat verdachte meerdere malen met het mes heeft gestoken, wat letsel veroorzaakte bij de slachtoffers. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf, maar de verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer of noodweerexces.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet uit was op een confrontatie en dat de aanval op haar wederrechtelijk was. Het gebruik van het mes was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen. Daarom slaagde het beroep op noodweer en werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen straf of maatregel was opgelegd. De rechtbank hechtte waarde aan getuigenverklaringen en medische informatie die het letsel bevestigden. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 30 november 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer.