ECLI:NL:RBAMS:2007:BG1603
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning na werkzaamheden en vergelijkingsmethode
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2005, die was vastgesteld op € 873.240. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en verzocht om vermindering tot € 790.000. De woning was in 2002 gekocht voor € 825.000, waarna werkzaamheden waren uitgevoerd die de waarde verhoogden.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport waarin vergelijkingsobjecten werden gebruikt die kort voor of na de waardepeildatum waren verkocht. De rechtbank oordeelde dat deze vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar waren qua type, bouwjaar, ligging en onderhoudstoestand, en dat de verkoopprijzen een goede basis vormen voor de waardebepaling.
De rechtbank verwierp het argument van eiser dat ook minder vergelijkbare woningen of woningen met oudere verkoopdata bij de waardering betrokken moesten worden. Ook het feit dat de woning meer grond heeft dan de vergelijkingsobjecten rechtvaardigt verschillen in waarde. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het inschakelen van een makelaar door verweerder tijdens de bezwaarprocedure geen onbehoorlijk handelen was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de WOZ-waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 873.240 wordt ongegrond verklaard.