ECLI:NL:RBAMS:2007:BG9085
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Interlocutoir vonnis over redelijke termijn en betrokkenheid bij Europees aanhoudingsbevel Polen
De Rechtbank Amsterdam heeft op 8 juni 2007 een interlocutoire uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechter. De zaak betreft de opgeëiste persoon die wordt verdacht van betrokkenheid bij een weedplantage in Polen. De verdediging stelde dat de redelijke termijn voor behandeling van de strafzaak is overschreden, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt.
De rechtbank overweegt dat in uitzonderlijke gevallen een dusdanige overschrijding van de redelijke termijn kan leiden tot een onomkeerbare schending van fundamentele rechten, zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de Overleveringswet (OLW). De rechtbank constateert dat het tijdsverloop tussen het Poolse rechtshulpverzoek van maart 2001 en het EAB van oktober 2005 lang is, maar ontbreekt informatie over de onderzoekshandelingen van de Poolse autoriteiten in die periode.
De rechtbank vraagt daarom nadere informatie van de Poolse justitiële autoriteiten over de verrichte onderzoekshandelingen, genomen stappen om de duur van het onderzoek te beperken en de planning van de strafzaak. Tevens wordt gevraagd naar de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij het huurcontract van de loods en de strafbare feiten. De procedure wordt geschorst tot 26 juni 2007 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De procedure wordt geschorst tot 26 juni 2007 voor nadere informatie over onderzoek en betrokkenheid.