ECLI:NL:RBAMS:2007:BR4866
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord, veroordeling doodslag na schietincident bij conflict
Op 16 april 2006 vond in Amsterdam een schietincident plaats waarbij verdachte drie keer op het slachtoffer schoot, waarvan het derde schot het slachtoffer in het achterhoofd trof terwijl deze al op de grond lag. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van voorbedachte rade, mede vanwege de hevige ruzie en korte tijd tussen de schoten, waardoor moord niet bewezen kon worden. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd, wat neerkomt op doodslag.
De rechtbank verwierp de beroepen op noodweer en noodweerexces, omdat niet aannemelijk was dat er een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer plaatsvond. Ook was geen sprake van overschrijding van noodzakelijke verdediging. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het bezit en gebruik van een vuurwapen en de persoon van verdachte, die niet eerder strafrechtelijk was veroordeeld.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaar, aanzienlijk lager dan de geëiste 14 jaar. Daarnaast werden de gebruikte wapens en munitie onttrokken aan het verkeer. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 8 maart 2007.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord, veroordeeld voor doodslag en veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf.