ECLI:NL:RBAMS:2008:BC2664
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting uitkering overlijdensrisicoverzekering bij zelfdoding verzekerde met psychiatrische stoornis
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een overlijdensrisicoverzekering na het overlijden van haar echtgenoot door zelfdoding. De verzekeraar weigert uit te keren op grond van een uitsluiting in de polisvoorwaarden voor zelfmoord binnen de eerste twee jaar van de verzekering.
De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van zelfmoord in de zin van de polis, namelijk een opzettelijke en welbewuste daad. De verzekerde had een ernstige psychotische depressie met vertekend realiteitsbeeld en waanachtige gedachten op het moment van overlijden.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeraar de bewijslast draagt om aan te tonen dat de verzekerde ondanks zijn psychiatrische toestand toch in staat was zijn wil te bepalen bij het beëindigen van zijn leven. De rechtbank acht dit nog niet bewezen en staat de verzekeraar toe bewijs te leveren.
De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering, waarbij de verzekeraar kan aangeven of zij getuigen zal oproepen. De beslissing over de uitkering wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat niet bewezen is dat de verzekerde zich opzettelijk en welbewust van het leven heeft beroofd, en staat de verzekeraar toe bewijs te leveren; de uitkering wordt aangehouden.