ECLI:NL:RBAMS:2008:BC2869
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekvonnis wegens niet-erkende schuld en afwijzing vorderingen Fortis Bank
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis van 24 februari 1993, ingesteld door [A] tegen Fortis Bank (Nederland) N.V. De rechtbank oordeelt dat het verzet tijdig is ingesteld, mede gelet op artikel 6 EVRM Pro en het recht op toegang tot de rechter.
Fortis Bank stelde dat [A] een schuld had van ƒ 10.226,30, onder meer gebaseerd op telefonisch contact waarin uitstel van betaling werd gevraagd en op een curatorbrief waarin de vordering op een lijst van voorlopig erkende crediteuren stond. Echter, Fortis Bank kon geen stukken overleggen die de omvang van de schuld of de kredietlimiet bevestigden. De rechtbank volgt Fortis Bank niet in haar stelling dat het verzoek om uitstel gelijkstaat aan erkenning van de schuld.
Gezien de gemotiveerde betwisting door [A] en het ontbreken van voldoende bewijs van Fortis Bank, wordt de stelling van Fortis Bank over de schuldhoogte niet gevolgd. De rechtbank vernietigt het verstekvonnis en wijst de vorderingen van Fortis Bank af.
Verder worden de proceskosten verdeeld: Fortis Bank wordt veroordeeld in de kosten van de verstek- en verzetprocedure, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit het niet verschijnen van [A]. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vorderingen van Fortis Bank worden afgewezen.