ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1954
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg ondanks gebrek aan instemming
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) tot verlenging van de machtiging voor gesloten jeugdzorg voor een minderjarige met ernstige opvoedingsproblemen. De minderjarige en diens ouders verzetten zich tegen voortzetting van de intramurale plaatsing en wensen thuisplaatsing met ambulante behandeling. De raadsman van de minderjarige voerde aan dat niet voldaan was aan het vereiste van een recente verklaring van een gedragswetenschapper en het instemmingsvereiste voor plaatsing in een justitiële jeugdinrichting.
De rechtbank overwoog dat de minderjarige ernstige problemen heeft die een gesloten setting noodzakelijk maken en dat het behandelingstraject zorgvuldig moet worden afgerond. Hoewel de Wjz instemming vereist voor plaatsing in een justitiële jeugdinrichting, achtte de rechtbank toepassing van artikel 3 lid 1 van Pro het Kinderrechtenverdrag (IVRK) leidend, omdat strikte toepassing van de Wjz het belang van de minderjarige zou schaden. De rechtbank verwierp het standpunt van BJAA dat het instemmingsvereiste niet geldt voor ondertoezichtgestelden.
De rechtbank handhaafde de eerdere beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad, waarmee de machtiging voor gesloten jeugdzorg werd verlengd en plaatsing in een justitiële jeugdinrichting werd toegestaan ondanks het ontbreken van instemming van de minderjarige en gezagsdrager.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de machtiging tot gesloten jeugdzorg en staat plaatsing in een justitiële jeugdinrichting toe ondanks het ontbreken van instemming.