ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2306
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing ordemaatregelen politieambtenaar wegens cultuuronderzoek en plichtsverzuim
Verzoeker, een hoofdagent bij het team hondengeleiders van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, kreeg op 6 februari 2008 ordemaatregelen opgelegd: buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging en ontzegging van toegang tot de werkplek. Dit volgde op een onderzoek naar plichtsverzuim en een problematische werksfeer binnen het team.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze maatregelen, maar dit werd ongegrond verklaard. Hij stelde dat verweerder willekeurig handelde en dat het verhoor onrechtmatig was vanwege zijn ziekte. Ook klaagde hij over de duur van het buitengewoon verlof en de aantasting van zijn eer en goede naam.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was de maatregelen te treffen, dat er geen sprake was van willekeur en dat het verhoor niet onrechtmatig was. Wel werd geoordeeld dat de maatregelen slechts van korte duur mogen zijn en dat het onredelijk zou zijn deze na afronding van het cultuuronderzoek te laten voortduren.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die de schorsing van de ordemaatregelen behelst vanaf 2 juni 2008 tot zes weken na de uitspraak in de hoofdzaak. Verzoekers verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat dat niet aan de orde is in een voorlopige voorziening. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank schorst de ordemaatregelen tegen verzoeker vanaf 2 juni 2008 tot zes weken na uitspraak in de hoofdzaak.