ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2785
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.G. Bauduin
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens onvoldoende bemanning op vissersvaartuig in internationale wateren
Op 2 april 2007 voer verdachte als schipper op een onder Nederlandse vlag varend vissersvaartuig op de Noordzee, in internationale wateren nabij Helgoland. Het schip was bemand met slechts twee personen terwijl het bemanningscertificaat drie personen voorschreef. Duitse visserijinspecteurs controleerden het schip en legden dit feit vast.
Verdachte betwistte aanvankelijk de vrijheid van zijn verklaring, maar dit verweer werd verworpen. Ook het bezwaar tegen het bewijs, gebaseerd op de bevoegdheid van de Duitse inspectie en het gelijkheidsbeginsel binnen EU-regelgeving, werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat de Duitse inspectie bevoegd was in internationale wateren en dat lidstaten binnen de EU eigen regels mogen stellen over bemanning.
De rechtbank oordeelde dat het veiligheidsbelang aan boord zwaarder woog dan de door verdachte aangevoerde bedrijfseconomische belangen. De beroepsgroep had de norm aanvaard dat bij een verblijf langer dan 18 uur op zee drie bemanningsleden vereist zijn. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €500, bij niet-betaling te vervangen door tien dagen hechtenis.
De strafoplegging werd passend geacht gezien de ernst van de overtreding en de omstandigheden van de zaak. Er werd geen strafuitsluitingsgrond gevonden en de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte werd bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500 wegens varen met onvoldoende bemanning op een vissersvaartuig in internationale wateren.