ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2980
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verzet tegen politie bij betoging op Anton de Komplein
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van verzet tegen politie tijdens een betoging op het Anton de Komplein op 16 augustus 2007. Verdachte zou de aanhouding van twee personen hebben gefilmd en zich niet hebben verwijderd op verzoek van de politie, daarbij opschudding veroorzakend.
De verdediging stelde dat de politie disproportioneel geweld gebruikte bij de aanhouding, wat een ernstig vormverzuim zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het geweld niet disproportioneel was en dat verdachte zich rustig gedroeg, enkel filmend en roepend dat het op racisme leek.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat verdachte de politie hinderde of opschudding veroorzaakte. Verdachte had zich op verzoek verwijderd en zich als journalist bekendgemaakt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde.
De uitspraak benadrukt het belang van het recht op filmen van politieoptreden en het onderscheid tussen hinderlijk gedrag en het uitoefenen van journalistieke taken in een openbare ruimte.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 2 juni 2008.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verzet tegen politie bij aanhouding tijdens betoging.