ECLI:NL:RBAMS:2008:BD3007
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging advocatenstage
Verzoeker, sinds 1997 beëdigd als advocaat en werkzaam als kandidaat-notaris, werd door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten geconfronteerd met het voornemen tot intrekking van zijn vrijstelling en beëindiging van zijn advocatenstage wegens het niet ondubbelzinnig aantonen van het voldoen aan de gestelde stage-eisen.
Na meerdere kansen en afspraken, waaronder een laatste kans in september 2006 met een specifieke stageperiode onder toezicht van mr. Van der Burgt, bleef onduidelijk of verzoeker daadwerkelijk voldeed aan de voorwaarden. De Raad van Toezicht besloot tot beëindiging van de stage en intrekking van de vrijstelling, waartegen verzoeker administratief beroep instelde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de Raad bij bescherming van de integriteit en professionaliteit van de advocatuur zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om zijn praktijk voort te zetten. Gezien de omstandigheden en het feit dat verzoeker nog andere inkomsten heeft, werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
De rechter benadrukte de ruime beoordelingsvrijheid van de Raad van Toezicht bij de vraag of aan de voorwaarden is voldaan en wees een vergoeding van griffierecht of proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de advocatenstage is afgewezen.