ECLI:NL:RBAMS:2008:BD4576
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg in justitiële jeugdinrichting ondanks ontbreken instemming
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Vanwege ontoereikende capaciteit in gesloten jeugdzorg en het ontbreken van instemming van de minderjarige en haar moeder, werd overwogen plaatsing in een justitiële jeugdinrichting (JJI) toe te staan.
De minderjarige vertoonde ernstige gedragsproblemen, waaronder eerdere zelfdodingspogingen en het aanvallen van groepsleiding, en toonde gebrek aan motivatie voor ambulante hulpverlening. De rechtbank achtte opname noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de benodigde zorg onttrekt. Gezien het belang van het kind volgens artikel 3 lid 1 IVRK Pro en de problematiek van de minderjarige, vond de rechtbank dat strikte toepassing van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) niet in haar belang was.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was en dat de machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg kon worden verleend, waarbij uitvoering in een JJI mogelijk is ondanks het ontbreken van instemming. De beschikking van de kinderrechter werd gehandhaafd en uitvoerbaar verklaard bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg met uitvoering in een justitiële jeugdinrichting ondanks ontbreken van instemming.