ECLI:NL:RBAMS:2008:BD4590
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad en nakoming suppletie bij ontbinding arbeidsovereenkomst
Eiser was arbeidsongeschikt in dienst bij HVA en zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden zonder vergoeding. Tijdens de ontbindingsprocedure stelde eiser dat HVA toezeggingen had gedaan over suppletiebetalingen conform de ZAHBO-regeling, waarop hij aanspraak meende te maken. HVA betwistte een onvoorwaardelijke toezegging en verwees naar de CAO en ZAHBO-regeling.
Eiser stelde dat HVA hem en de kantonrechter had misleid om zo voordeel te behalen, maar de kantonrechter oordeelde dat een herroepingsprocedure volgens artikel 383 jo Pro. 391 Rv gevolgd had moeten worden, welke termijn inmiddels was verstreken. Hierdoor werd eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering wegens onrechtmatig handelen.
Ten aanzien van de vordering tot nakoming van toezeggingen stelde de kantonrechter dat uit de stukken geen ondubbelzinnige toezegging bleek dat HVA onvoorwaardelijk suppletie zou betalen. De verwijzingen naar de ZAHBO-regeling bevatten voorbehouden afhankelijk van arbeidsongeschiktheid. Bewijsaanbod van eiser werd niet gehonoreerd wegens gebrek aan feiten.
De vordering tot nakoming werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd uitgesproken door kantonrechter Ros op 7 mei 2008.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering wegens onrechtmatig handelen en de vordering tot nakoming wordt afgewezen.