ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5699
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst onroerend goed wegens onaanvaardbaar beroep op ontbindende voorwaarde
A woonde jarenlang in een benedenwoning die onderdeel was van een pand dat gerenoveerd moest worden. Na mediation werd overeengekomen dat A het vernieuwde appartement zou kopen, met een ontbindende voorwaarde dat de splitsingsvergunning uiterlijk 1 juni 2006 onherroepelijk moest zijn verleend. De Adelaar, de verkoper, had de termijn als formaliteit bestempeld, maar de vergunning werd niet tijdig verleend door diverse vertragingen.
A stelde dat De Adelaar onvoldoende had gedaan om de vergunning tijdig te verkrijgen en dat het beroep op de ontbindende voorwaarde daarom onaanvaardbaar was. De rechtbank stelde vast dat De Adelaar vertragingen aannemelijk maakte die niet door A waren betwist. Toch oordeelde de rechtbank dat de ontbindende voorwaarde zodanig was geformuleerd dat er een aanzienlijke kans bestond dat deze in vervulling zou gaan, wat voor De Adelaar voordelig en voor A nadelig was.
De rechtbank vond dat De Adelaar als professioneel partij zich bewust had moeten zijn van deze risico's en dat het beroep op de ontbindende voorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Daarom werd de voorwaarde als niet vervuld beschouwd en bleef de koopovereenkomst van kracht. Omdat De Adelaar de overeenkomst niet nakwam, werd deze ontbonden en werd De Adelaar veroordeeld tot betaling van een vergoeding van EUR 26.000 plus wettelijke rente en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij het toepassen van ontbindende voorwaarden, zeker wanneer een professionele partij en een leek tegenover elkaar staan. Tevens wijst de rechtbank op het belang van evenwichtige contractuele regelingen bij onzekerheden rondom vergunningen en opleveringstermijnen.
Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en De Adelaar is veroordeeld tot betaling van EUR 26.000 plus rente en proceskosten.