ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5724
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in schuldsaneringsprocedure
Verzoekster heeft gelijktijdig met haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend voor voorlopige voorzieningen, waaronder het verbod op gijzeling door het deurwaarderskantoor en het opheffen van beslag op haar inkomen en goederen.
De rechtbank constateert dat er geen schriftelijke stukken zijn overgelegd die het gevorderde onderbouwen, zoals bewijs van gijzeling, openbare verkoop van inboedel of beslaglegging. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de gestelde eisen en wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat verzoekster schulden heeft aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau ter hoogte van € 2.706,70. Gezien de aard en omvang van deze schulden acht de rechtbank het voorshands onaannemelijk dat verzoekster te goeder trouw is, waardoor toelating tot de schuldsaneringsregeling niet te verwachten is.
Een definitief oordeel over de toelating tot de schuldsaneringsregeling zal volgen na mondelinge behandeling in een afzonderlijk vonnis.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot voorlopige voorzieningen wegens gebrek aan bewijs en twijfel over goede trouw.