ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5730
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verjaring en aansprakelijkheid bij tekortkoming cliëntenovereenkomst bank
A en FBS zijn betrokken bij een geschil over een cliëntenovereenkomst met betrekking tot opties en termijncontracten uit 1993. A stelt dat FBS tekort is geschoten in de nakoming van deze overeenkomst door zonder opdracht transacties te verrichten en onvoldoende te waarschuwen voor financiële risico's. FBS vordert betaling van een debetsaldo op de bankrekening van A.
De rechtbank beoordeelt dat A uiterlijk in november 1997 bekend was met de tekortkomingen, de schade en de aansprakelijke partij, mede omdat A een gevolmachtigde had die op de hoogte werd gesteld. De verjaringstermijn van vijf jaar is daarmee in 2002 verstreken, terwijl A pas in 2007 een beroep op ontbinding deed. Hierdoor zijn de vorderingen van A verjaard en worden deze afgewezen.
In reconventie wordt A veroordeeld tot betaling van het debetsaldo van EUR 52.369,24, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 januari 2007. De rechtbank wijst het beroep van A op afstand van de vordering door FBS af en veroordeelt A in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van A worden afgewezen wegens verjaring; A wordt veroordeeld tot betaling van het debetsaldo aan FBS.