ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6679
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens overschrijding redelijke termijn bij zwaar lichamelijk letsel door metrobestuurster
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een persoon door haar handelen als bestuurster van een metrotrein op 1 augustus 1997.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk veroorzaken van letsel door het bedienen van de overbruggingsknop en het niet stoppen van de metro terwijl het slachtoffer vastzat tussen de deuren. Daarnaast werd schuld aan het letsel verweten wegens grove onvoorzichtigheid en nalatigheid.
De vervolging was circa 11 jaar geleden aangevangen en sinds de vorige behandeling in mei 2000 was 8 jaar verstreken. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro onwenselijk lang was overschreden zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen.
De belangen van verdachte waren ernstig geschaad door deze overschrijding, waardoor de officier van justitie zijn recht tot vervolging verloor. Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.