ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6893
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens weigering processtuk toe te voegen
In deze strafzaak stond de inhoudelijke behandeling gepland, maar kort voor de zitting meldde zich een getuige die een verklaring wilde afleggen over de betrokkenheid van een medeverdachte bij een levensdelict. De officier van justitie besloot echter niet verder met deze getuige te gaan en weigerde de zogenoemde kluisverklaring aan het dossier toe te voegen, omdat zij gebonden was aan een geheimhoudingsafspraak met de getuige.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring een processtuk is dat voor de verdachte toegankelijk moet zijn op grond van artikel 33 Sv Pro en dat het weigeren hiervan een fundamenteel beginsel van een behoorlijke procesorde schendt. Ondanks herhaalde verzoeken gaf de officier van justitie geen nadere toelichting en bleef weigeren het stuk toe te voegen.
Hierdoor verloor het openbaar ministerie het recht op verdere vervolging van verdachte. De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
De uitspraak benadrukt het belang van volledige openheid van processtukken voor de verdediging en dat belangen van getuigen niet zonder meer kunnen leiden tot het onthouden van relevante bewijsstukken aan de verdachte.
De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 30 juni 2008.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens weigering een processtuk toe te voegen.