ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6897
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens weigering processtuk toe te voegen
In deze strafzaak tegen verdachte heeft de rechtbank beraadslaagd na meerdere terechtzittingen. Op 12 juni 2008 werd een getuige aangekondigd die mogelijk belangrijke informatie had over de betrokkenheid van een medeverdachte bij een levensdelict. De officier van justitie weigerde echter de inhoud van deze zogenaamde kluisverklaring te delen met de verdediging en de rechtbank, met het argument dat dit de identiteit van de getuige zou onthullen en zij gebonden was aan een vertrouwensbeginsel.
De verdediging stelde dat deze verklaring als processtuk aan het dossier toegevoegd moest worden, omdat verdachte recht heeft op kennisneming van alle relevante stukken. De rechtbank oordeelde dat de verklaring waarschijnlijk van belang is en dat de weigering van de officier van justitie om deze toe te voegen een fundamenteel beginsel van een behoorlijke procesorde schendt.
De rechtbank gaf de officier van justitie meerdere kansen om de verklaring alsnog toe te voegen en een nadere toelichting te geven, maar deze weigerde. Hierdoor verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte, waarmee het recht op verdere vervolging verloren ging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens weigering een processtuk aan het dossier toe te voegen.