ECLI:NL:RBAMS:2008:BD7556
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- A.P. Schoonbrood-Wessels
- C.S. Naarden
- M.R. Jöbsis
- Rechtspraak.nl
Uitleg garantievermogen en aansprakelijkheid aandeelhouder bij faillissement Baby Things
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en A, de enig aandeelhouder van Baby Things, over de uitleg van het begrip 'garantievermogen' in een kredietovereenkomst en de aansprakelijkheid van A voor het niet op peil houden daarvan. ABN AMRO vordert schadevergoeding wegens tekortkoming van A in het nakomen van zijn verbintenis om het garantievermogen aan te vullen.
De rechtbank analyseert de contractuele definitie van garantievermogen en de relevante wetsartikelen (art. 2:373 lid 1 en Pro art. 2:362 lid 2 BW Pro). De kern van het geschil is of onverdeelde verliezen in mindering komen op het garantievermogen. De rechtbank volgt ABN AMRO in haar ruime uitleg dat ook onverdeelde verliezen het garantievermogen verminderen, mede gelet op de strekking van de vermogensinstandhoudingsverklaring en de rol van A als enig aandeelhouder.
Verder wordt het causaal verband tussen het niet op peil houden van het garantievermogen en het faillissement van Baby Things vastgesteld. A heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat het faillissement ook bij naleving van de garantievermogenverplichting had kunnen worden voorkomen. De omvang van de schade wordt deels nader onderzocht, waarbij ABN AMRO wordt verzocht nadere onderbouwing te leveren. Ook wordt aandacht besteed aan de schadebeperkingsplicht van ABN AMRO en de redelijkheid en billijkheid van de eisen.
De rechtbank verwijst de zaak naar een rolzitting voor nadere stukken en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: A is tekortgeschoten in zijn verplichting tot het op peil houden van het garantievermogen en aansprakelijk voor de schade van ABN AMRO, maar de omvang van de schade wordt nader onderzocht.