ECLI:NL:RBAMS:2008:BD7585
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nietigheid testament wegens vermeende wilsonbekwaamheid erflaatster
De zaak betreft een vordering van de zoon (eiser) tot verklaring voor recht dat zijn moeder (erflaatster) niet wilsbekwaam was bij het opstellen van haar testamenten van 23 maart en 8 april 2004, en tot nietigverklaring van deze testamenten. Erflaatster had op haar sterfbed in het ziekenhuis haar zoon onterfd en een vereniging tot enig erfgenaam benoemd.
De rechtbank heeft uitgebreid het medisch dossier, verklaringen van psychiaters, de beschikking tot onderbewindstelling, en verklaringen van de notaris en bewindvoerders beoordeeld. Hoewel er aanwijzingen waren van een verstoorde relatie tussen erflaatster en haar zoon en mogelijke paranoïde wanen, ontbrak overtuigend bewijs dat erflaatster niet begreep wat zij deed of haar uiterste wil niet kon bepalen.
De notaris die de testamenten passeerde, had geen twijfel over de wilsbekwaamheid van erflaatster. Ook de bewindvoerders bevestigden dat erflaatster helder was over haar wensen. Het gebruik van palliatieve medicatie werd onvoldoende onderbouwd als reden voor wilsonbekwaamheid.
Aangezien eiser geen aanvullend deskundigenbericht heeft overgelegd ondanks gelegenheid daartoe, en de bewijsaanbiedingen werden gepasseerd, concludeert de rechtbank dat de vordering niet kan worden toegewezen. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nietigverklaring van de testamenten wegens vermeende wilsonbekwaamheid wordt afgewezen.