ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9600
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- W. Tonkens - Gerkema
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal derdenbeslag wegens ongeldige betekening en verbod op executie alimentatievordering
Partijen waren gehuwd en de rechtbank had in 1991 een alimentatieverplichting opgelegd aan eiser. In 2008 legde gedaagde executoriaal derdenbeslag onder de ABN AMRO Bank, maar eiser stelde dat het beslag niet rechtsgeldig was gelegd omdat het exploot aan het verkeerde filiaal was betekend en de eerdere betekeningen uit 1994 onvoldoende waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag onrechtmatig was omdat het exploot aan het filiaal in Arnhem was betekend, terwijl eiser bankiert bij het filiaal in Lunteren en de bank haar zetel in Amsterdam heeft. Hierdoor was het beslag niet geldig en moest het worden opgeheven. Tevens werd een verbod op toekomstige executie toegewezen omdat niet aannemelijk was dat er nog een verhaalbare alimentatieschuld bestond, mede gezien het verzoek tot wijziging van de alimentatieverplichting.
De rechtbank bepaalde dat gedaagde het vonnis en de beschikking uit 1991 niet mocht executeren totdat de bodemrechter hierover had beslist, met uitzondering van beslag onder de Sociale Verzekeringsbank. Een dwangsom werd opgelegd voor het geval van overtreding. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het executoriaal derdenbeslag onder ABN AMRO Bank wordt opgeheven en een verbod op verdere executie van alimentatievorderingen wordt toegewezen totdat de bodemrechter beslist.