ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9608
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod en rectificatie op aanduiding vastgoedhandelaar als ‘Israëlische maffia’ in Het Parool
Een vastgoedhandelaar met meerdere panden op het Damrak in Amsterdam vorderde in kort geding dat Het Parool en een onderzoeksjournalist verboden zouden worden hem en zijn bedrijven te bestempelen met termen als ‘Israëlische maffia’. Tevens werd gevorderd een rectificatie te plaatsen en schadevergoeding te betalen.
De artikelen in Het Parool verwezen aan onderzoeken en invallen door justitie bij familieleden van de vastgoedhandelaar in verband met witwassen en andere verdenkingen. De krant gebruikte de term ‘maffia’ in een figuurlijke zin, waarbij ook citaten uit het spraakgebruik werden overgenomen. De vastgoedhandelaar ontkende betrokkenheid bij strafbare feiten en ontving een brief van het Openbaar Ministerie dat hij geen verdachte was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het woord ‘maffia’ in het dagelijks taalgebruik ook een figuurlijke betekenis heeft en dat de publicaties voldoende feitelijke basis bevatten gezien de onderzoeken en verdenkingen tegen familieleden. Het Parool had bovendien de vastgoedhandelaar gelegenheid gegeven te reageren. Het verbod en de rectificatie werden daarom afgewezen, evenals de schadevergoeding, met veroordeling van de eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verbod en de rectificatie af omdat het gebruik van de term ‘maffia’ niet onrechtmatig is jegens de vastgoedhandelaar.