ECLI:NL:RBAMS:2008:BE9247
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Amsterdam voor illegale lozing afvalwater in oppervlaktewater
De gemeente Amsterdam werd beschuldigd van het op of omstreeks 23 januari 2007 zonder vergunning lozen van afvalwater in het Noordzeekanaal via een vast aangebrachte pijp vanaf de Ankerweg. De rechtbank achtte bewezen dat de gemeente opzettelijk afvalwater heeft geloosd zonder vergunning, waarbij ook schoon regenwater als afvalstof in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) werd beschouwd.
De verdediging betwistte de juistheid van de monsterneming en de vergelijking met achtergrondwaarden, maar de rechtbank stelde dat dit niet relevant was omdat hemelwater dat men wil lozen als afvalwater wordt aangemerkt, ongeacht de mate van verontreiniging. Tevens werd een beroep op overmacht afgewezen omdat de gemeente al langere tijd beheerder was en de weersomstandigheden voorzienbaar waren. Het nalaten van overleg met Rijkswaterstaat werd als verwijtbaar beschouwd.
De rechtbank legde een geldboete van €2.500 op, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden en de draagkracht van de gemeente. De gemeente werd strafbaar verklaard voor overtreding van artikel 1 lid 1 van Pro de Wvo en andere relevante strafrechtelijke bepalingen. De rechter benadrukte de voorbeeldfunctie van de gemeente als publiekrechtelijk lichaam.
Uitkomst: De gemeente Amsterdam is veroordeeld tot een geldboete van €2.500 voor het zonder vergunning lozen van afvalwater in het Noordzeekanaal.