ECLI:NL:RBAMS:2008:BE9580
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige snoei van coniferenhaag leidt tot schadevergoeding en benoeming deskundige
De rechtbank Amsterdam behandelde een civiele zaak waarin G de eigenaar was van een perceel met een coniferenhaag van circa 75 bomen van 6 à 7 meter hoog. H en diens buren hadden zonder toestemming deze haag rigoureus gesnoeid tot ongeveer 2 meter hoogte, wat volgens G onherstelbare schade veroorzaakte.
G vorderde een schadevergoeding van ruim €76.000,- gebaseerd op een taxatierapport van een beëdigd boomtaxateur. H stelde zich op het standpunt dat het snoeien noodzakelijk was vanwege gevaarlijke situaties en een weeralarm, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat het snoeien niet viel onder het recht op eigenmachtige verwijdering van overhangende beplanting (art. 5:44 BW Pro) en derhalve onrechtmatig was.
H vorderde in reconventie vergoeding van kosten en immateriële schade, maar veel vorderingen werden afgewezen wegens gebrek aan causaliteit of bevoegdheid. De rechtbank stelde vast dat partijen het niet eens waren over de omvang van de schade en de exacte grens tussen de erven. Daarom werd besloten een deskundige te benoemen om de schade en grensverloop te onderzoeken.
De rechtbank liet partijen toe bewijs te leveren voor vernieling van een bril en stoelen en immateriële schade wegens huisvredebreuk. De zaak werd aangehouden tot nadere rapportage en bewijslevering. Alle verdere beslissingen werden aangehouden, met een rolzitting gepland voor overleg over deskundigenrapport en bewijsvoering.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het snoeien van de coniferenhaag onrechtmatig is en H aansprakelijk is voor schade, maar houdt verdere beslissing aan voor deskundigenrapport en bewijslevering.