ECLI:NL:RBAMS:2008:BF0728
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van opeenvolgende éénjarige huurovereenkomsten voor bedrijfsruimte en ontruimingsvordering
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en Fortis over de rechtsgeldigheid van opeenvolgende éénjarige huurovereenkomsten voor een horecagelegenheid en aanhorigheden, waaronder jachthavens en een loods, gelegen te Loosdrecht. Fortis is sinds 2000 eigenaar en heeft met de huurder vanaf 2003 jaarlijks huurovereenkomsten gesloten, telkens met toestemming van de kantonrechter, afwijkend van de standaard vijfjarige termijn.
De huurder stelt dat na twee jaar gebruik automatisch een huurovereenkomst van vijf jaar is ontstaan conform artikel 7:301 lid 2 BW Pro en dat Fortis misbruik van recht maakt door ontruiming te eisen, omdat de bouwvergunning nog niet onherroepelijk is en minder dan 70% van de panden verkocht is. Fortis betwist dit en stelt dat de jaarlijkse toestemming van de kantonrechter het wettelijke regime van artikel 7:291 BW Pro van toepassing maakt en dat de herontwikkeling kan starten, ook zonder onherroepelijke vergunning.
De rechtbank oordeelt dat partijen bewust hebben gekozen voor het regime van artikel 7:291 BW Pro door jaarlijks toestemming te vragen en te krijgen voor de éénjarige huurovereenkomsten, waardoor artikel 7:301 BW Pro niet van toepassing is. Fortis heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen misbruik van recht maakt en dat zij daadwerkelijk met de herontwikkeling wil starten. De vordering van de huurder tot het verlengen van de huurtermijn wordt afgewezen, evenals het beroep op de boetebepalingen. De ontruimingsvordering van Fortis wordt toegewezen in conventie, maar in reconventie wordt de spoedeisendheid van de ontruiming afgewezen. Proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de jaarlijkse huurovereenkomsten rechtsgeldig zijn en wijst de ontruimingsvordering van Fortis toe, maar wijst de spoedeisendheid van ontruiming af.