ECLI:NL:RBAMS:2008:BF1065
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 augustus 2008 een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Kassel. De opgeëiste persoon werd verdacht van zes strafbare feiten, waaronder illegale handel in verdovende middelen, waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van minimaal drie jaar staat.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat de feiten in het EAB te ruim waren omschreven om een deugdelijk onschuldverweer te voeren, dat de identiteit van de opgeëiste persoon onduidelijk was, en dat hij in de relevante periode gedetineerd was. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat het EAB en de bijbehorende stukken voldoende inzicht boden in de feiten en periode, en dat de opgeëiste persoon tijdens zijn detentie aan een Penitentiair Programma deelnam met veel bewegingsvrijheid.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke eisen voor overlevering was voldaan, waaronder de vereisten van de Overleveringswet (OLW) en de specialiteitsbeginsel. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen, maar de overlevering werd toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe en wijst het verzoek tot aanhouding af.