ECLI:NL:RBAMS:2008:BF1887
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van overlevering aan Frankrijk op grond van Europees aanhoudingsbevel bij drugshandel en deelname criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Tribunal de Grande Instance te Rennes. De opgeëiste persoon wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, deels gepleegd op Nederlands grondgebied.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet rechtsgeldig was en dat overlevering zou leiden tot een flagrante schending van het recht op familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, vanwege de zorg voor een invalide echtgenoot en een jong kind. Ook werden belastende verklaringen betwist, maar de rechtbank oordeelde dat de beoordeling van deze verklaringen aan de Franse rechter toekomt.
De rechtbank verwierp de bezwaren en stelde vast dat de overlevering noodzakelijk en gerechtvaardigd is in het belang van een goede rechtsbedeling en de openbare veiligheid. De vordering tot overlevering werd daarom toegestaan, waarbij de rechtbank tevens oordeelde dat de wettelijke eisen van de Overleveringswet waren vervuld en dat geen weigeringsgronden van toepassing waren.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe.