ECLI:NL:RBAMS:2008:BF2074
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijkheid over gewerkte uren
Eisers hebben een gezinsuitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat er onduidelijkheid bestond over het aantal uren dat eiser in december 2006 heeft gewerkt. Eisers maakten bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
In het beroepsproces stelde eiser dat hij alleen de opgegeven inkomsten had ontvangen en dat de rittenstaten en weekstaten verkeerd werden geïnterpreteerd door verweerder. De rechtbank oordeelde echter dat het totaal aantal gewerkte uren en dagen niet overeenkwam tussen de verschillende stukken, ook niet na correctie voor pauzes.
Op grond van artikel 17 WWB Pro is de belanghebbende verplicht alle relevante feiten te melden. Door het niet nakomen van deze inlichtingenplicht kan het recht op bijstand worden geweigerd. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen vanwege de onduidelijkheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het door eisers betaalde griffierecht werd niet vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt gehandhaafd.