ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3726
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanvullend arbitraal vonnis wegens schending procesorde in lidmaatschapsgeschil coöperatie
A was lid van een coöperatie met een exclusief gebruiksrecht van een bovenwoning, en vorderde betaling van onverschuldigde bedragen en rekening en verantwoording over servicekosten. Na een arbitrageprocedure waarbij de arbiter buiten zitting contact had met partijen, wees deze een arbitraal vonnis en een aanvullend vonnis. A stelde dat het arbitraal vonnis onvoldoende gemotiveerd was en dat het aanvullend vonnis niet op alle vorderingen besliste en bovendien zonder hoor en wederhoor tot stand kwam.
De rechtbank oordeelde dat het arbitraal vonnis weliswaar beperkt gemotiveerd was, maar voldoende om niet te worden vernietigd. Het telefonisch contact van de arbiter met partijen werd niet als schending van het hoor en wederhoor-beginsel gezien omdat dit plaatsvond in het kader van een poging tot minnelijke regeling en partijen geen bezwaar hadden gemaakt. Het aanvullend vonnis werd echter vernietigd omdat partijen niet in de gelegenheid waren gesteld om te worden gehoord over het verzoek tot dat vonnis, wat een schending van de procesorde betekende.
De rechtbank bepaalde dat partijen op 2 oktober 2008 voor een comparitie moesten verschijnen om alsnog op het verzoek tot het wijzen van een aanvullend vonnis te worden gehoord en om de mogelijkheid van een schikking te onderzoeken. Tevens werd tussentijds hoger beroep op dit vonnis toegestaan en werd iedere verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Het arbitraal vonnis wordt niet vernietigd, het aanvullend vonnis wordt vernietigd en een comparitie wordt bevolen voor nadere behandeling.