ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3735
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Rabobank kan Buma niet vrijstellen van BTW-heffing over muzieklicentievergoeding
Rabobank en Buma sloten een overeenkomst waarbij Buma Rabobank toestemming gaf om het Buma-repertoire in haar vestigingen ten gehore te brengen tegen betaling van een vergoeding inclusief BTW. Rabobank stelde dat Buma geen ondernemer is en geen BTW mag heffen, of dat de BTW op nihil gesteld moet worden vanwege het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen vergoeding en specifieke openbaarmakingen.
De rechtbank onderzocht of Buma als ondernemer in de zin van de Wet OB 1968 en de BTW-richtlijn kan worden aangemerkt. Uit de exploitatiecontracten blijkt dat Buma zelfstandig en op eigen naam rechten verkrijgt en deze exploiteert. Buma verricht diensten aan Rabobank die zelfstandig en in het economische verkeer plaatsvinden, waaronder het beheer van rechten, incasso, controle en handhaving.
De rechtbank oordeelde dat Buma als ondernemer BTW-plichtig is en dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de vergoeding van Rabobank en de door Buma geleverde diensten. De primaire en subsidiaire bezwaren van Rabobank faalden, en de vorderingen tot vrijstelling van BTW en terugbetaling werden afgewezen. Rabobank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Rabobank af en bevestigt dat Buma BTW-plichtig is over de vergoeding voor het Buma-repertoire.