ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3963
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- A.W.H. Vink
- L. Biller
- M.R. Jöbsis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens onvoldoende schadeaantoon
Eisers, bestaande uit meerdere beleggers en rechtspersonen, stelden dat hun advocaat L c.s. beroepsfouten had gemaakt in een procedure tegen P Company N.V. en aanverwante partijen, waardoor zij schade zouden hebben geleden. De rechtbank stelde vast dat de advocaat tekort was geschoten in zijn zorgplicht door onvoldoende onderbouwing van de vorderingen en het nalaten van bepaalde juridische stappen.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij als gevolg van het handelen van de advocaat daadwerkelijk schade hadden geleden. Zo werd onder meer het door eisers betaalde honorarium niet als schade erkend, omdat dit ook bij foutloos handelen verschuldigd zou zijn geweest. Verder ontbrak het aan concrete gegevens per eiser over aandelenbezit en schadeopbouw.
De rechtbank wees ook het beroep van eisers af dat de advocaat hen had moeten adviseren over het instellen van een collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW, omdat niet was aangetoond dat zij daarvoor hadden gekozen. De vorderingen tot schadevergoeding en verklaring voor recht werden afgewezen, en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen tot schadevergoeding en verklaring voor recht worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade.