ECLI:NL:RBAMS:2008:BF5221
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Tonkens - Gerkema
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke opheffing conservatoir beslag op onroerende zaak wegens voldoende zekerheid
Eiseres vordert de opheffing van het conservatoir beslag dat gedaagde heeft gelegd op een onroerende zaak te Amsterdam, omdat zij het pand wil verkopen aan haar dochter. Gedaagde betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van de EEX-verordening, aangezien hij in Duitsland woont. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is op grond van artikel 5 van Pro de EEX-verordening, omdat het schadebrengende feit zich in Amsterdam voordoet.
De procedure betreft een bodemgeschil over een geldlening uit 1995 en een vordering van gedaagde op eiseres, waarvoor gedaagde conservatoir beslag heeft gelegd op meerdere panden. Taxaties tonen aan dat de gezamenlijke waarde van de overige beslagen panden de vordering ruim overstijgt. De kantonrechter heeft bovendien vastgesteld dat een deel van de vordering is verjaard en de resterende schuld aanzienlijk lager is dan de waarde van de overige panden.
De voorzieningenrechter concludeert dat het onrechtmatig is dat gedaagde weigert medewerking te verlenen aan de gedeeltelijke opheffing van het beslag op het pand Copernicusstraat 71 te Amsterdam. Gezien de waarde van de overige panden is voldoende zekerheid gesteld voor de vordering, en eiseres heeft een spoedeisend belang bij opheffing vanwege de voorgenomen verkoop. De vordering wordt daarom toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op het pand Copernicusstraat 71 te Amsterdam wordt gedeeltelijk opgeheven wegens voldoende zekerheid van de overige panden.