ECLI:NL:RBAMS:2008:BF9080
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan België ondanks lopende Nederlandse vervolging
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 oktober 2008 een verzoek tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen volgens Belgisch recht.
De verdediging voerde aan dat er al een strafrechtelijk onderzoek in Nederland loopt tegen de verdachte voor soortgelijke feiten binnen een criminele organisatie. De rechtbank concludeerde echter dat de Belgische en Nederlandse criminele organisaties onafhankelijk opereren, met verschillende leiders en leden, en verschillende doelstellingen. Hierdoor is er geen sprake van een situatie die overlevering zou moeten weigeren op grond van artikel 9 van Pro de Overleveringswet (OLW).
De officier van justitie stelde dat een deel van de feiten op Nederlands grondgebied is gepleegd, maar dat de voortgang van het Belgische onderzoek de voorkeur verdient. De rechtbank oordeelde dat aan alle wettelijke vereisten voor overlevering is voldaan en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering werd daarom toegestaan, waarbij het lopende Nederlandse strafproces geen belemmering vormt voor de beslissing.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe ondanks een lopende strafzaak in Nederland.