ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1022
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag op grond van Uitkeringswet Gewezen Militairen volgens Verordening 1408/71
Eiser, woonachtig in België, ontvangt een uitkering op grond van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UGM) en vordert kinderbijslag vanuit Nederland. Verweerder stelde dat eiser niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en dat de UGM niet op de lijst van artikel 5 van Pro Verordening 1408/71 voorkomt.
De rechtbank beoordeelde dat eiser niet als verzekerde kon worden aangemerkt op grond van de AKW, omdat hij niet in Nederland woonde en geen Nederlandse loonbelasting betaalde. Het beroep op overgangsrecht (KB 746) faalde omdat eiser niet onder de voorwaarden van dat besluit viel. Wel oordeelde de rechtbank dat de UGM een wettelijke regeling is in de zin van artikel 4, onder c, van Verordening 1408/71, ook al staat deze niet expliciet op de lijst van artikel 5.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie EG en concludeerde dat de uitkering van de UGM gelijkgesteld moet worden met een ouderdomspensioen. Hierdoor is artikel 77 van Pro de Verordening van toepassing, wat inhoudt dat de lidstaat die het pensioen verstrekt ook verantwoordelijk is voor de kinderbijslag. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, beval een nieuw besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht een nieuw besluit te nemen waarbij kinderbijslag wordt toegekend op grond van de UGM en Verordening 1408/71.