ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1501
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J. Quaedvlieg
- W.F. Korthals Altes
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij doodslag op slachtoffer
De rechtbank Amsterdam heeft op 24 januari 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van slachtoffer op 3 november 2006. De officier van justitie had verdachte meerdere strafbare feiten ten laste gelegd, waaronder doodslag met voorbedachten rade en wapenbezit.
Tijdens de zitting bleek dat de verklaringen van medeverdachte, die een cruciale rol hadden in de bewijsvoering, inconsistent en ongeloofwaardig waren. Medeverdachte gaf verschillende, elkaar uitsluitende verklaringen over de rol van verdachte en de gebeurtenissen die tot de dood van slachtoffer leidden. Ook andere getuigenverklaringen en telefoongegevens ondersteunden de beschuldigingen niet overtuigend.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Hierdoor werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, aangezien deze alleen bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de dood van slachtoffer.